ECLI:NL:CRVB:2011:BP8462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig groepsleerkracht, meldde zich in 1996 ziek na een auto-ongeval en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering toegekend. Na diverse procedures werd haar in 2006 een WAO-uitkering toegekend van 25 tot 35%. Een latere ziekmelding in 2006 leidde tot een besluit van het UWV om de uitkering niet te verhogen vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
In de bezwaar- en beroepsprocedures werden medische verklaringen overgelegd, waaronder een structuurdiagnose van een zenuwarts en een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die de beperkingen van appellante bevestigde. De arbeidsdeskundige berekende een verlies aan verdienvermogen van 50%. De rechtbank oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid op de datum in geding juist was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen en de functie-indeling van appellante correct waren vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering bevestigd.