ECLI:NL:CRVB:2011:BP8471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 2001 wegens een chronische aandoening arbeidsongeschikt is, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2008 vond een herbeoordeling plaats waarbij het UWV op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden had en stelde de WAO-uitkering bij naar 25-35%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn klachten onverminderd en zelfs verergerd waren. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en oordeelde dat de medische rapporten en arbeidskundige onderzoeken voldoende grondslag boden voor het bestreden besluit. Er waren geen nieuwe medische gegevens die zwaardere beperkingen ondersteunden. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.