ECLI:NL:CRVB:2011:BP8483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs toegenomen arbeidsongeschiktheid door PTSS
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid als gevolg van PTSS en chronische hoofdpijnklachten. Na diverse medische onderzoeken en rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en een bedrijfsarts, concludeerde het UWV dat de arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, gesteund door rapporten van een psychiater en klinisch psycholoog die PTSS en arbeidsongeschiktheid stelden. De Raad nam het rapport van Timmerman in overweging, waarin werd vastgesteld dat de beperkingen door PTSS erkend waren, maar dat appellant met inachtneming daarvan in staat werd geacht te werken. De Raad vond geen grond voor overschatting van de belastbaarheid door het UWV.
De Raad zag geen aanleiding om een nieuwe deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 maart 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.