ECLI:NL:CRVB:2011:BP8491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Wajong-uitkering zonder terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant heeft op 27 augustus 2007 een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv kende met ingang van 27 augustus 2006 een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Appellant stelde dat zijn medische beperkingen ernstiger waren en dat er sprake was van een bijzonder geval waardoor de uitkering eerder had moeten ingaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een toereikende medische en arbeidsdeskundige grondslag. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat appellant geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel zaaien over de vastgestelde functionele mogelijkheden.
Verder is vastgesteld dat appellant en zijn ouders al vroeg op de ernst van de aandoening waren gewezen, waardoor redelijkerwijs eerder een aanvraag had kunnen worden ingediend. Het beroep op een bijzonder geval wordt verworpen, zodat de uitkering niet met terugwerkende kracht vóór één jaar voor de aanvraag kan ingaan. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de Wajong-uitkering met ingang van één jaar voor de aanvraagdatum bevestigd.