ECLI:NL:CRVB:2011:BP8517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering bij gelijktijdige samenloop met WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als zelfstandig taxichauffeur, stopte zijn werkzaamheden in december 1999 wegens arbeidsongeschiktheid na een aanrijding. Hij vroeg een WAZ-uitkering aan, die werd afgewezen omdat de WAZ-grondslag lager was dan zijn reeds toegekende WAO-uitkering. Na intrekking van de WAO-uitkering in 2003 bleef de WAZ-uitkering geweigerd op grond van de samenloopregeling.
De rechtbank oordeelde dat bij gelijktijdige samenloop van WAZ en WAO de situatie bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid bepalend is, ook als de WAO-uitkering later wordt beëindigd. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Artikel 8, 12e lid, van de WAZ bepaalt dat de WAZ-grondslag wordt verminderd met het loon waarop de WAO-uitkering is gebaseerd.
De Raad concludeert dat het wegvallen van de WAO-uitkering geen aanleiding geeft tot het toekennen van een WAZ-uitkering. De aangevallen uitspraak blijft in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WAZ-uitkering bevestigd.