ECLI:NL:CRVB:2011:BP8886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H.C.P. Venema
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken redelijke grond huisbezoek
Appellante diende op 6 april 2007 een aanvraag om bijstand in als alleenstaande. Na een huisbezoek in mei 2007 waarbij kleding van haar bovenbuurman werd aangetroffen, kende het College haar bijstand toe. In januari 2008 weigerde appellante medewerking aan een huisbezoek, waarna de bijstand werd ingetrokken. In april 2008 weigerde zij opnieuw medewerking aan een onaangekondigd huisbezoek, waarna haar nieuwe aanvraag werd afgewezen wegens niet-naleving van de medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende waren om een redelijke grond voor het huisbezoek op 28 april 2008 aan te nemen. Hierdoor mocht appellante de medewerking weigeren zonder gevolgen voor haar aanvraag. De Raad vernietigde het besluit en droeg het College op een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een concrete, objectieve grondslag voor huisbezoeken in het kader van de WWB en bevestigt dat zonder die grondslag medewerking geweigerd mag worden zonder sancties.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking aan huisbezoek wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.