ECLI:NL:CRVB:2011:BP9041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens detentie zonder acute noodsituatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) tot 1 maart 2008. Na zijn detentie van 8 tot en met 21 februari 2008 trok het College de bijstand in en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het College had moeten beoordelen of bijzondere bijstand voor doorbetaling van woonlasten tijdens detentie mogelijk was. De Raad oordeelde echter dat het College niet ambtshalve hoefde te onderzoeken of bijzondere bijstand verleend kon worden, aangezien dit niet onderdeel van het geschil was.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 13, eerste lid, onder a, WWB appellant tijdens detentie geen recht op bijstand had, tenzij er sprake was van een acute noodsituatie volgens artikel 16, eerste lid, WWB. De woonlasten die doorliepen tijdens detentie vormden geen acute noodsituatie. Daarom was het College niet bevoegd om bijstand te verlenen in afwijking van artikel 13.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand tijdens detentie wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.