ECLI:NL:CRVB:2011:BP9715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een ongeval in 1993 arbeidsongeschikt is, verzocht om een WAZ-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf begin januari 2004. Het UWV stelde een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in en concludeerde dat er geen sprake was van relevante toename van beperkingen ten opzichte van de situatie in 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan eerder vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en wees op een combinatie van cognitieve, psychische, visus- en gehoorproblemen.
De Raad stelde vast dat de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de verkorte wachttijd van de WAZ was aangevangen tussen januari en juli 2004. Uit de medische rapporten bleek dat alle klachten reeds in 2003 bekend waren en dat er geen objectief bewijs was voor toegenomen functiestoornissen. De Raad vond het medisch onderzoek deugdelijk en bevestigde het bestreden besluit, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.