ECLI:NL:CRVB:2011:BP9885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het bezwaar tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel. In hoger beroep herhaalt appellant zijn stellingen, maar slaagt er niet in nieuwe medische gegevens aan te leveren die zijn beperkingen verder onderbouwen.
De Raad stelt vast dat de onderzoeken door de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig zijn uitgevoerd, waarbij ook informatie van de behandelend psychiater en huisarts is betrokken. De Raad oordeelt dat de beperkingen op het gebied van concentratie en handelingstempo, ondanks psychische klachten, niet zodanig zijn dat zij het recht op een uitkering rechtvaardigen.
Daarnaast is de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd en wordt erkend dat appellant ondanks bepaalde signaleringen in staat is om arbeid te verrichten binnen zijn belastbaarheid. De stelling dat zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal hem belemmert in het vervullen van een functie wordt verworpen op grond van eerdere jurisprudentie. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.