ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Toekenning WGA-uitkering bij niet-duurzame arbeidsongeschiktheid wegens depressie
Betrokkene meldde zich in 2004 ziek vanwege psychische klachten en vroeg een IVA-uitkering aan wegens vermeende duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende hem per 20 juli 2006 een WGA-uitkering toe, waarbij de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat verbetering van de arbeidsmogelijkheden niet was uit te sluiten. Betrokkene voerde bezwaar aan en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, onderbouwd met medische verklaringen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering omtrent de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid en gaf opdracht tot een nieuw besluit. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV in hoger beroep een uitgebreidere en overtuigende motivering heeft gegeven, gebaseerd op het verzekeringsgeneeskundig protocol depressie en statistische gegevens over herstelkansen.
De Raad stelde vast dat er sprake was van een behandelbare depressie met reële herstelverwachtingen en dat de behandeling gericht was op revalidatie en vermindering van klachten. Hoewel betrokkene ernstige klachten had, waren er ook positieve prognostische factoren aanwezig. De Raad bevestigde dat het UWV terecht geen duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid aannam en dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.