ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens toerekening inkomsten stichting
Appellanten ontvingen bijstand volgens de WWB en waren bestuursleden van een stichting met een ideële doelstelling. Het College herzag en trok de bijstand in vanwege kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van de stichting, die als inkomsten van appellanten werden aangemerkt. Appellanten betwistten dit en stelden dat zij geld aan de stichting hadden geleend en dat de middelen ook voor privé-uitgaven werden gebruikt.
De Raad oordeelt dat appellanten hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door onvoldoende controleerbare en verifieerbare gegevens te verstrekken over de herkomst en bestemming van de gelden. De financiële verwevenheid tussen appellanten en de stichting rechtvaardigt het toerekenen van de kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen, met uitzondering van bedragen die onmiskenbaar voor de stichting zijn gebruikt.
De Raad stelt echter vast dat het College de inkomsten onjuist heeft toegerekend door ze over langere perioden te verdelen in plaats van per maand. Hierdoor is het besluit van het College onjuist en kan de rechtbankuitspraak niet in stand blijven. De Raad draagt het College op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen dat rekening houdt met de juiste maandelijkse toerekening van inkomsten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.