ECLI:NL:CRVB:2013:1006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Weigering inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren wegens voldoende inkomsten
Appellante vroeg een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) aan, maar het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde deze omdat zij voldoende inkomsten had. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, stellende dat de gestorte bedragen op haar bankrekening afkomstig waren van haar vader en vrijelijk konden worden aangewend voor haar levensonderhoud.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het om leningen ging die zij moest terugbetalen en dat het college hiervan op de hoogte was. Zij stelde dat de gelden niet als middelen in de zin van artikel 31 WWB Pro moesten worden aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat de bewijsstukken onvoldoende waren om aannemelijk te maken dat het om leningen ging, mede omdat de verklaringen pas na het besluit waren opgesteld en geen duidelijke terugbetalingstermijnen bevatten.
Subsidiair stelde appellante dat de inkomsten aan de maanden van ontvangst moesten worden toegerekend. De Raad bevestigde dat het college de bedragen naar evenredigheid had toegerekend en dat de ontvangen bedragen de inkomensvoorzieningsnorm ruimschoots overschreden. Daarom was de weigering van de inkomensvoorziening terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de inkomensvoorziening omdat appellante voldoende middelen had.