ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens tegenstrijdige verblijfplaatsinformatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had als woonadres een opvanglocatie opgegeven. Na detentie werd zijn bijstand geblokkeerd. Appellant gaf verschillende verklaringen over zijn verblijfplaats, waaronder dat hij bij een vriendin verbleef en persoonlijke bezittingen in een kluis had. Het College wilde een huisbezoek afleggen, maar appellant werkte niet mee en beschikte niet over sleutels van de opgegeven adressen.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 oktober 2007 in, omdat het niet kon vaststellen of appellant in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant tegenstrijdige informatie had verstrekt, zijn verklaringen niet aannemelijk waren en het College terecht de bijstand had ingetrokken.
Hoewel appellant vanaf 22 november 2007 weer bijstand ontving na nieuwe aanvragen en opgaven, was de situatie in de bestreden periode anders omdat toen direct onderzoek plaatsvond. De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens tegenstrijdige verklaringen over verblijfplaats wordt bevestigd.