ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door onrechtmatig gebruik tankpas
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd die door het UWV bij besluit van 30 januari 2008 blijvend geheel werd geweigerd wegens verwijtbaar werkloosheid. Het UWV stelde dat appellant zijn arbeidsovereenkomst niet had behouden omdat hij zich schuldig had gemaakt aan onrechtmatig gebruik van de tankpas, wat een dringende reden is in de zin van artikel 7:678 BW Pro.
Appellant heeft dit ontkend en aangevoerd dat de werkgever geen reden had genoemd voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst, dat hij niet op staande voet was ontslagen en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het UWV terecht is uitgegaan van de informatie van de werkgever, die stelde dat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd vanwege het onrechtmatig gebruik van de tankpas. Appellant heeft geen bewijs geleverd dat de beëindiging bedrijfseconomisch was. De Raad kwalificeert het onrechtmatig gebruik als een dringende reden en oordeelt dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door onrechtmatig gebruik van de tankpas.