ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17/18-jarige leeftijd
Appellante vroeg op 12 februari 2009 een uitkering aan op grond van de Wajong, maar het UWV wees deze aanvraag af. De rechtbank oordeelde dat de Wajong nog niet van kracht was in de relevante periode en dat de aanvraag daarom moest worden beoordeeld onder de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs was dat appellante op 17/18-jarige leeftijd beperkingen had die arbeidsongeschiktheid veroorzaakten, mede omdat medische gegevens uit die periode ontbraken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het ontbreken van medische zorg juist onderdeel was van haar ziektebeeld en dat een psychiater stelde dat haar problematiek waarschijnlijk al op haar 18e bestond. De Raad volgde echter de rechtbank en oordeelde dat de late aanvraag en het ontbreken van bewijs voor rekening van appellante komen. Bovendien betekent het waarschijnlijk aanwezig zijn van problematiek niet automatisch dat er sprake was van arbeidsongeschiktheid op die leeftijd.
De Raad zag geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de weigering van de uitkering. Er werd ook geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 april 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op 17/18-jarige leeftijd.