ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1091
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijstand en bedrijfskapitaal onder WWB en Bbz 2004
Verzoekster heeft bijstand en bedrijfskapitaal aangevraagd op grond van de WWB en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) om een eigen onderzoeks- en communicatieadviesbureau te starten. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende haar een renteloze lening en een rentedragende lening toe, met een aflossingstermijn van vijf jaar voor het bedrijfskapitaal.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen het besluit van het College ongegrond. Verzoekster stelde onder meer dat de aflossingstermijn te kort was, dat het toegekende bedrag te laag was, en dat het College onrechtmatig handelde door maandelijkse inlevering van inkomstenverklaringen en het reserveren van vakantietoeslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aflossingstermijn van vijf jaar niet onredelijk is, mede op basis van het advies van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf. Het College is gerechtigd om maandelijkse inkomstenverklaringen te verlangen en de reservering van vakantietoeslag is wettelijk toegestaan. Verder is geen sprake van dubbele premie- of belastingafdracht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het College en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.