ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken aanvraag WW-uitkering
Betrokkene maakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 18 maart 2005 om een WW-uitkering. Het UWV verklaarde dit bezwaar ongegrond omdat er geen aanvraag bekend was. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een onvolledige aanvraag en vernietigde het besluit, waarbij het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde het UWV dat betrokkene het aanvraagformulier nooit had ingediend, waardoor er geen geldige aanvraag was. De Raad overwoog dat volgens de WW en de Awb een aanvraag een verzoek is om een besluit te nemen, waarvoor een volledig ingevuld en ondertekend formulier vereist is.
Omdat betrokkene het formulier niet had ingediend, was er geen aanvraag in de zin van de Awb. Hierdoor was het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak waarin het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en bevestigde de rest van de uitspraak.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de WW-aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een geldige aanvraag.