ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering functie juridisch medewerker in salarisschaal 9
Appellante betwistte de waardering van haar functie als juridisch medewerker bij de gemeente Utrecht, die was ingedeeld in salarisschaal 9. De rechtbank had haar beroep tegen deze waardering ongegrond verklaard, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad voerde een terughoudende toetsing uit, waarbij werd beoordeeld of de waardering op onvoldoende gronden was gebaseerd.
De Raad stelde vast dat de functiebeschrijving van oktober 2007 leidend was en beoordeelde de scores voor de aspecten handelingsvrijheid en keuzemogelijkheden volgens de Utrechtse Methode van Functiewaardering (UMF). Voor handelingsvrijheid werd een score 2 toegekend omdat het werkresultaat steekproefsgewijs of in grote lijnen wordt gecontroleerd, wat de Raad niet onhoudbaar vond. Voor keuzemogelijkheden werd score 3 afgewezen omdat de functie niet wezenlijk gericht is op het realiseren van nieuwe oplossingen, maar keuzes betreft uit bekende mogelijkheden.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de functie van appellante inhoudelijk en organisatorisch verschilde van andere functies. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 april 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de functie in salarisschaal 9 wordt bevestigd.