ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst op onvoldoende onderbouwing arbeidskundige grondslag in WAO-uitkeringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 2 februari 2009, waarin zijn WAO-uitkering werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ging akkoord met de arbeidskundige grondslag van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de maatmanfunctie van appellant als administratief medewerker voor 52 uur per week niet realistisch is, omdat dergelijke functies op de arbeidsmarkt niet voorkomen. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt is voor het eigen werk in die omvang, maar deze conclusie is niet deugdelijk onderbouwd.
De Raad wijst het UWV er op dat het gebrek in de arbeidskundige onderbouwing moet worden hersteld. Dit betekent dat het UWV een nieuw besluit moet nemen dat rekening houdt met de juiste maatmanfunctie en de reële arbeidsmarktpositie van appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en realistische beoordeling van arbeidsongeschiktheid in het kader van de WAO, waarbij de feitelijke arbeidsmarktcondities en de omvang van de functie in acht worden genomen.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het besluit te herstellen, waarmee het proces wordt voortgezet.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit van 2 februari 2009 binnen zes weken te herstellen wegens een onvoldoende onderbouwde arbeidskundige grondslag.