ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1590

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1041 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de Centrale Raad van Beroep van 21 september 2010, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.

Tijdens de zitting op 28 februari 2011 waren partijen niet aanwezig. Appellant gaf aan dat hij op vakantie was geweest en daardoor de acceptgirokaart voor betaling van het griffierecht was kwijtgeraakt. Hij verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.

De Raad oordeelde dat het verlies van de acceptgirokaart voor risico van appellant komt en dat het verzoek om een nieuwe acceptgirokaart te ontvangen na afloop van de betaaltermijn was gedaan. Gezien de vaste rechtspraak van de Raad werd het verzoek afgewezen en het verzet ongegrond verklaard. Een veroordeling in proceskosten werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan.

Uitspraak

10/1041 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2009, 09/1880 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
Datum uitspraak: 11 april 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
21 september 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 21 september 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 februari 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 21 september 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 26 mei 2010 gestelde termijn (die eindigde op
2 augustus 2010) is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij op vakantie is geweest en mede daardoor de acceptgirokaart is kwijt geraakt. Appellant heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad is van oordeel dat het kwijtraken van de acceptgirokaart voor risico van appellant komt. Het verzoek om toezending van een nieuwe acceptgirokaart is gedaan na afloop van de aan appellant gestelde termijn voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht. In overeenstemming met zijn vaste rechtspraak in gevallen als dit zal de Raad daarom niet aan het verzoek voldoen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EF