ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1600
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WWB-zaken ongegrond verklaard
Appellante heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van de Raad van 19 oktober 2010, waarin haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald en dat appellante niet in verzuimvrijstelling kon worden gesteld.
Appellante stelde dat haar uitkering was opgeschort en ingetrokken, waardoor zij het griffierecht niet kon betalen. Tevens had zij de gemeente verzocht het griffierecht voor haar te voldoen, waarbij zij ervan uitging dat de gemeente dit rechtstreeks aan de Raad zou overmaken. De Raad oordeelde dat dit geen grond was om het verzuim niet aan appellante toe te rekenen, mede omdat zij niet tijdig om uitstel had verzocht en het beroep op financieel onvermogen pas in verzet werd gedaan.
Verder had appellante zich wel tijdig tot de gemeente gewend, maar zij mocht er niet zonder meer van uitgaan dat de gemeente het griffierecht zou betalen. Het was haar eigen verantwoordelijkheid om dit tijdig te verifiëren. Gezien deze omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.