ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1604
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken ongegrond verklaard
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake AOW-zaken. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant heeft vervolgens verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting zijn partijen niet verschenen. Uit het overgelegde bankafschrift blijkt dat het griffierecht op 23 juli 2010 van de kantoorrekening van de gemachtigde is afgeschreven, maar pas op 26 juli 2010 bijgeschreven op de rekening van de Raad, wat na de termijn van 23 juli 2010 is.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het verzet ongegrond. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan de gemachtigde. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht.