ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor alternatieve functies volgens Wet WIA
Appellante, werkzaam als medewerkster in een visfabriek, meldde zich ziek wegens pijnklachten en ontving ziekengeld. Het UWV besloot haar ziekengeld te beëindigen per 1 juli 2008, omdat zij volgens een arbeidsdeskundig rapport geschikt werd geacht voor alternatieve functies zoals algemeen medewerker en inpakker.
Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond op basis van een herbeoordeling door een bezwaarverzekeringsarts die oordeelde dat appellante geen duidelijke beperkingen vertoonde die haar ongeschikt zouden maken voor de genoemde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat van ongeschiktheid in de zin van de Ziektewet geen sprake is als de verzekerde geschikt is voor ten minste één functie geselecteerd bij de WIA-schattingsprocedure. Het medisch onderzoek en de motivering van de bezwaarverzekeringsarts worden als zorgvuldig en overtuigend beoordeeld.
De Raad bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.