ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd toegekend met ingang van 16 november 2006. Hij verzocht later om herziening van het besluit met terugwerkende kracht tot zijn 18e levensjaar, stellende dat hij toen al arbeidsongeschikt was door een functiestoornis. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de door appellant aangevoerde medische en sociale omstandigheden reeds bekend waren en niet als nieuw konden worden beschouwd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten waren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek van appellant om terug te komen op het besluit van 21 februari 2008 geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische verklaring van de huisarts bood geen nieuwe feiten die het eerdere besluit onjuist maakten. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en oordeelde dat het UWV terecht van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het verzoek af te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de ingangsdatum van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.