ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen waarin het bezwaar tegen de weigering van herziening van zijn WAO-uitkering ongegrond werd verklaard. Het Uwv had op 24 juni 2009 besloten de herziening te weigeren omdat niet was vastgesteld dat appellant op 13 oktober 2008 toegenomen beperkingen had vanuit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank had het standpunt van het Uwv onderschreven en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidsbeperkingen niet waren toegenomen. In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn beperkingen, met name schouder- en beenklachten, waren toegenomen en verzocht om benoeming van een medisch deskundige.
De Raad volgde de rechtbank en achtte de rapporten van de artsen van het Uwv, mede gebaseerd op informatie van de behandelend artsen, betrouwbaar. Omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die zijn stelling ondersteunden, concludeerde de Raad dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen. De Raad zag daarom geen reden tot benoeming van een deskundige en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.