ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering ondanks betwisting psychische klachten
Appellant, voormalig voorman ijzervlechter, is sinds 15 november 2002 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 35 tot 45%. Na een medisch onderzoek in 2008 en een arbeidsdeskundig onderzoek is de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vastgesteld. Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn fysieke en psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts zorgvuldig was, mede gelet op eerdere medische informatie en het resultaat van een OCA-training. De Raad constateert dat partijen tijdens de zitting aanvankelijk buiten elkaars aanwezigheid zijn gehoord, maar dat dit is gecompenseerd door nadere schriftelijke reacties, zodat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden.
De Raad onderschrijft het oordeel van de verzekeringsarts dat er geen aanwijzingen zijn voor een verslechtering of toename van beperkingen, en dat de psychische klachten onvoldoende medisch zijn onderbouwd. De Raad wijst erop dat de door appellant overgelegde rapporten van Mees en Pellis geen behandelend artsen zijn en dat het standpunt van appellant onvoldoende gemotiveerd is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering van appellant.