ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3511

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2305 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging inpassing en nabetaling na reorganisatie zonder schade voor ambtenaar

Appellant was aanvankelijk ingeschaald in schaal 11A volgens de salarisstructuurwijziging van 1996, waarbij hij een garantietoelage ontving vanwege een lager maximum in de nieuwe schaal. In 1997 vond een reorganisatie plaats waarbij appellant werd geplaatst als hoofd Juridische Zaken in schaal 12 (nieuw). Na een gewonnen beroepszaak werd hij met ingang van 1 juni 1997 ingepast in schaal 13 (nieuw) en kreeg een nabetaling toegekend.

Appellant stelde dat hij recht had op schaal 13 conform de oude salarisstructuur, omdat volgens hem de inpassingsregels uit 1996 nog steeds van toepassing waren en het college had verklaard dat niemand in zijn belangen zou worden geschaad. Hij vond dat het lagere maximum van schaal 13 (nieuw) wel degelijk schade veroorzaakte.

De Raad oordeelde echter dat de inpassing verband hield met de reorganisatie en functiewaarderingsoperatie na 1996, en niet met de wijziging van de salarisstructuur in 1996. De Raad concludeerde dat er geen sprake was van schade door onjuiste inpassing en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de inpassing in schaal 13 (nieuw) wordt bevestigd zonder toekenning van proceskosten.

Uitspraak

10/2305 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 maart 2010, 09/1705 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de [naam gemeente] (hierna: college)
Datum uitspraak: 28 april 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 maart 2011. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J.T.G.M. Steegh, werkzaam bij de [naam gemeente].
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.2. Met ingang van 1 april 1996 is de salarisstructuur binnen de [naam gemeente] gewijzigd. Door de wijziging zijn twee reeds feitelijk gehanteerde tussenschalen formeel geïntroduceerd, waaronder schaal 11A. Appellant was voor de wijziging ingeschaald in het maximum van de oude schaal 11A. Omdat de nieuwe schaal 11A een lager maximum heeft en appellant door de wijziging nadeel ondervindt, is hem bij het inpassingsbesluit van 29 maart 1996 een garantietoelage toegekend. Tegen deze inpassing in de nieuwe salarisstructuur heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend.
1.3. Op 1 juni 1997 heeft binnen de [naam gemeente] een reorganisatie plaatsgevonden waarbij de Sociale dienst is samengevoegd met de dienst Onderwijs en Welzijn tot een nieuwe dienst Welzijn. Appellant, werkzaam als hoofd Juridische Zaken bij de Sociale dienst, is geplaatst in de functie van hoofd Juridische Zaken van de nieuwe dienst Welzijn. Deze functie is ingedeeld in schaal 12 (nieuw). Appellant heeft in het kader van een uit de reorganisatie voortvloeiende functiewaarderingsronde, waarbij zijn functie bij de dienst Welzijn onverminderd is ingedeeld in schaal 12 (nieuw), geprocedeerd tot aan deze Raad.
1.4. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 6 november 2003, 01/3739 (LJN AN7998), is appellant met ingang van 1 juni 1997 ingepast in schaal 13 (nieuw) en is hem een nabetaling van € 6.839,60 toegekend. Deze inschaling is gehandhaafd bij het bestreden besluit van 22 juli 2009.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant kan zich niet vinden in de inpassing in de nieuwe schaal 13 per 1 juni 1997. Hij stelt recht te hebben op schaal 13 conform de oude salarisstructuur, omdat de inpassingsregels uit 1996 volgens hem nog steeds van toepassing zijn en er destijds door het college is verklaard dat als gevolg van de nieuwe inpassingsregels niemand in zijn belangen zou worden geschaad. Omdat het maximum van de schaal 13 (nieuw) volgens appellant lager is dan dat van de oude schaal 13 meent appellant dat hij wel degelijk in zijn belangen is geschaad.
4. De Raad volgt appellant niet in dit betoog. De nu aan de orde zijnde inpassing houdt naar het oordeel van de Raad op geen enkele wijze verband met de reeds in 1996 afgeronde wijziging van de salarisstructuur, maar uitsluitend met de nadien uitgevoerde reorganisatie en de daaruit voortvloeiende functiewaarderingsoperatie, waarbij appellant aanvankelijk is ingepast in schaal 12 (nieuw) en in verband met zijn gewonnen beroepszaak in schaal 13 (nieuw). Van enige schade als gevolg van onjuiste inpassing is dan ook geen sprake.
5. Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en A.J. Schaap en W. van den Brink als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2011.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) B. Bekkers.
HD