ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na ontvangst nalatenschap
Appellant ontving bijstand sinds 1991 en kreeg in 2006 bedragen van € 15.000 en € 3.500 op zijn girorekening, afkomstig uit de nalatenschap van zijn moeder die op 10 februari 2005 overleed. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem vorderde op grond van de WWB de gemaakte bijstandskosten over de periode 10 februari 2005 tot 30 juni 2006 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de herkomst van het bedrag niet relevant was. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn moeder nog in leven was en het bedrag niet uit een erfenis kwam.
De Raad stelde vast dat de moeder van appellant wel degelijk op 10 februari 2005 was overleden en dat appellant de nalatenschap had ontvangen. De Raad oordeelde dat de herkomst van de middelen wel degelijk relevant is voor de bevoegdheid tot terugvordering en bevestigde het besluit van het College. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wegens ontvangen nalatenschap wordt bevestigd.