ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WWB-procedure ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen in een WWB-zaak. De Raad verklaarde zich echter onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep, omdat volgens de wet tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat er sprake zou zijn van een evidente schending van beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. De Raad heeft dit verzet behandeld zonder dat partijen verschenen.
De Raad oordeelt dat appellant geen voldoende argumenten heeft aangevoerd om het wettelijke appelverbod te doorbreken. Er is geen sprake van evidente schendingen die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard en blijft het appelverbod van kracht.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 april 2011.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.