ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3906

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/2170 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WWB-procedure ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen in een WWB-zaak. De Raad verklaarde zich echter onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep, omdat volgens de wet tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.

Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat er sprake zou zijn van een evidente schending van beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. De Raad heeft dit verzet behandeld zonder dat partijen verschenen.

De Raad oordeelt dat appellant geen voldoende argumenten heeft aangevoerd om het wettelijke appelverbod te doorbreken. Er is geen sprake van evidente schendingen die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard en blijft het appelverbod van kracht.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 april 2011.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10/2170 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 3 maart 2010, 09/1757 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn (hierna: College)
Datum uitspraak: 26 april 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 24 augustus 2010 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard omdat hij zich kennelijk onbevoegd heeft geacht om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
Appellant heeft tegen de uitspraak van 24 augustus 2010 verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2011. Partijen zijn niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 24 augustus 2010 is gebaseerd op de enkele overweging dat de aangevallen uitspraak een uitspraak van de rechtbank is als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb en dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 30 december 2010, LJN BP1547) kan er tot een doorbreking van het wettelijk appelverbod (slechts) aanleiding zijn, als sprake is geweest van evidente schending van beginselen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.
Appellant heeft in verzet geen argumenten naar voren gebracht waaruit afgeleid kan worden dat deze uitzondering zich hier voordoet. Er is in het onderhavige geval dan ook geen grond om aan het appelverbod voorbij te gaan. Het verzet dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2011.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) R. Scheffer.
HD