ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresopgave en rechtmatig huisbezoek
Appellante ontving bijstand en gaf op te wonen op een bepaald adres. De gemeente ontving een concrete, niet anonieme melding van de politie dat zij vermoedelijk samenwoonde op een ander adres, wat aanleiding gaf tot een onderzoek. Tijdens een huisbezoek bleek dat het opgegeven adres niet overeenkwam met de feitelijke situatie: er waren geen bedden in de slaapkamers en geen babyvoeding aanwezig, terwijl appellante verklaarde daar te wonen met haar jonge kinderen.
Appellante verleende toestemming voor het huisbezoek, maar gaf tegenstrijdige verklaringen over haar verblijfplaats. Het College beëindigde de bijstand wegens het niet verstrekken van juiste inlichtingen over haar woonadres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat toestemming voor het huisbezoek voldoende was.
De Centrale Raad oordeelde dat het College wel degelijk een redelijke grond moest hebben voor het huisbezoek, en dat die grond aanwezig was gezien de melding van de politie en de verklaringen van appellante. Het huisbezoek was daarmee niet onrechtmatig. Tevens werd geoordeeld dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste woonadresinformatie te verstrekken. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.