ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens disproportioneel plichtsverzuim en ontbreken verbeterkans
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken sinds 1981, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim gerelateerd aan ongewenste omgangsvormen jegens een stagiaire. De voorzieningenrechter had het ontslag bevestigd, stellende dat appellant ondanks eerdere waarschuwingen grensoverschrijdend gedrag vertoonde.
De Raad stelt vast dat de eerdere waarschuwingen niet als zodanig kunnen worden aangemerkt en dat niet alle beschuldigingen zijn bewezen. Tevens concludeert de Raad dat de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag onevenredig is ten opzichte van het plichtsverzuim. Daarnaast is appellant ten onrechte geen verbeterkans geboden, terwijl zijn loopbaan en beoordelingen geen reden geven om aan te nemen dat verbetering zinloos zou zijn.
De Raad vernietigt daarom het ontslagbesluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter, en beveelt de minister een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en het ontbreken van een verbeterkans; minister moet nieuw besluit nemen.