ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4145
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling voor terugvordering te veel ontvangen wachtgeld na wethouderschap
Verzoeker, voormalig wethouder, kreeg over de periode 2005-2011 een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Uit inkomensgegevens bleek dat verzoeker over 2008 en 2009 te veel wachtgeld had ontvangen. Het college vorderde dit bedrag terug en stelde een strikte terugbetalingstermijn.
Verzoeker stelde een betalingsregeling voor waarbij hij maandelijks extra zou aflossen en een lening zou afsluiten voor een eenmalige extra aflossing. Het college ging hier niet volledig mee akkoord en stelde als voorwaarde dat vóór 1 maart 2011 een bedrag van € 26.000,- ineens moest worden betaald. Verzoeker kon hier niet aan voldoen en stelde beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de financiële situatie van verzoeker en dat het besluit in strijd was met artikel 3:4 van Pro de Awb. De rechter stelde daarom zelf de betalingsregeling vast zoals voorgesteld door verzoeker en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De betalingsregeling van verzoeker wordt vastgesteld en de besluiten van het college worden vernietigd.