ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4149
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij weigering bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat verzoeker zijn verblijfplaats en woonsituatie niet duidelijk kon maken, wat een schending van de inlichtingenverplichting inhoudt.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond, stellende dat de feitelijke verblijfplaats niet kon worden vastgesteld en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigden. Verzoeker stelde dat Rotterdam als gemeente is aangewezen voor adreslozen en dat hij zich in een kwetsbare positie bevindt.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen vanwege het ontbreken van duidelijkheid over de verblijfplaats. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de belangen van het College om geen uitkering te verstrekken aan personen zonder aannemelijk gemaakte aanspraak zwaarder wogen dan de belangen van verzoeker.
Daarnaast werd het verzoek tot veroordeling in proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht afgewezen, omdat verzoeker niet eerder een vergelijkbare zaak bij de Raad had ingediend en het gebruik van het rechtsmiddel niet onredelijk werd geacht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de verblijfplaats van verzoeker.