ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na hartklachten
Appellante viel op 26 juni 2007 uit vanwege hartklachten en werd medisch en arbeidskundig onderzocht. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en een arbeidsdeskundige berekende een verlies aan verdiencapaciteit van ruim 13%. Het UWV besloot op 7 april 2009 dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid onder de 35% lag.
Na bezwaar werden door een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige aanvullende beperkingen vastgesteld, waaronder beperkingen voor hoog arbeidstempo en wisselende diensten, met een verlies aan verdiencapaciteit van ruim 17%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond de medische en arbeidskundige grondslagen zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over meer beperkingen en ongeschiktheid voor de geselecteerde functies, maar de Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling. Er waren geen objectieve medische gegevens die haar stellingen ondersteunden. De Raad achtte de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en bevestigde dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.