ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het Uwv waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 14 april 2009 geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek een juiste inschatting gaf van de beperkingen en mogelijkheden van appellant, ondanks een onjuiste diagnose in een rapportage van een verzekeringsarts.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies waarop de arbeidsmogelijkheden waren gebaseerd niet passend waren. De Raad oordeelde dat appellant zijn medische standpunten onvoldoende onderbouwde met medisch bewijs en dat de rechtbank de gronden van beroep terecht had beoordeeld.
De Raad verwierp ook het beroep op slaapapneu wegens gebrek aan bewijs en volgde het oordeel van de rechtbank dat het besluit van het Uwv niet onrechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, waardoor appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.