ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft meerdere malen een uitkering aangevraagd op grond van arbeidsongeschiktheid, waaronder een aanvraag Wajong in 2009 vanwege chronische pijn aan zijn rechterarm. Eerdere besluiten uit 1987 en 1996, waarin de uitkeringen werden geweigerd wegens niet voldoen aan inkomenseisen en onvoldoende arbeidsongeschiktheid, staan in rechte vast.
Het UWV wees de Wajong-aanvraag af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven om terug te komen op de eerdere besluiten. Appellant stelde dat de door een specialist ingezette behandeling een nieuw feit vormde, maar de Raad oordeelde dat dit slechts een nadere beoordeling betrof van reeds bekende feiten.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht de aanvraag afwees op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb. Er was geen grond om het eerdere besluit te herzien en geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.