ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens onterecht bezit OV-studentenkaart na bereiken leeftijdsgrens
Appellant had studiefinanciering ontvangen tot en met juli 2009 en werd door de Minister geïnformeerd dat hij vanaf 1 augustus 2009 geen recht meer had op studiefinanciering en de bijbehorende OV-studentenkaart vanwege het bereiken van de leeftijdsgrens.
Ondanks deze kennis heeft appellant de OV-studentenkaart niet tijdig ingeleverd, waardoor de Minister een vordering van €136,- oplegde voor het onterecht bezit van de kaart over augustus 2009. Appellant voerde aan dat hij onbewust de kaart in bezit hield en dat de Minister hem onvoldoende had geïnformeerd.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende op de hoogte was gesteld van het einde van zijn recht en dat het niet tijdig inleveren aan hem kan worden toegerekend. De vordering is geen punitieve sanctie en de Minister heeft niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De vordering van €136 wegens onterecht bezit van de OV-studentenkaart wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.