ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorschot aanvraag op grond van TAS-regeling na overlijden werknemer
Appellante, weduwe van een werknemer die leed aan maligne mesothelioom, diende een aanvraag in voor een voorschot op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS). Deze aanvraag werd door de raad van bestuur afgewezen omdat de aanvraag niet door de werknemer zelf bij leven was ingediend. Na bezwaar handhaafde de raad van bestuur het besluit en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de TAS-regeling deels beleidsregels bevat en dat op grond van bijzondere omstandigheden van artikel 4:84 Awb Pro afgeweken had kunnen worden. De Raad oordeelde echter dat de bepalingen van de TAS-regeling algemeen verbindende voorschriften zijn met een dwingend karakter, die geen ruimte laten voor afwijking.
De Raad overwoog dat het recht op een voorschot een persoonlijk recht is van de getroffen werknemer en dat het slachtoffer zelf blijk moet geven het voorschot te willen ontvangen. De afwijzing van de aanvraag omdat deze niet door de werknemer zelf bij leven was ingediend, kon de rechterlijke toets doorstaan. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de aanvraag om voorschot wordt bevestigd.