ECLI:NL:RBNHO:2015:9388
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. van Roest
- I. de Greef
- H.M. Frons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschot asbestslachtoffers wegens ontbreken melding bij leven
De echtgenoot van eiseres is overleden aan maligne mesothelioom. Na zijn overlijden heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een voorschot op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (Regeling TAS). Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is gebleken dat de echtgenoot zich bij leven heeft gemeld bij het Instituut Asbestslachtoffers (IAS), een vereiste voor toekenning.
Eiseres stelde dat haar echtgenoot door de korte tijd tussen diagnose en overlijden geen formele aanvraag kon indienen, en dat hij wel telefonisch contact heeft gezocht met het IAS. Dit kon zij echter niet aannemelijk maken; het IAS registreerde geen telefoongesprekken na het tijdstip van de diagnose, ook niet van afgeschermde nummers.
De rechtbank oordeelde dat het recht op het voorschot een persoonlijk recht is van het slachtoffer zelf en dat de regeling geen hardheidsclausule bevat. De eis dat het slachtoffer zich bij leven meldt is een dwingende voorwaarde. De stelling van eiseres dat de letterlijke toepassing van deze voorwaarde in deze situatie onredelijk is, werd niet gevolgd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de weduwe op een voorschot op grond van de Regeling TAS wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een melding bij leven.