ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- A.J. Schaap
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek mobiliteitstoeslag wegens normale loopbaanontwikkeling bij Belastingdienst
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 2001 binnen een groepsfunctie, verzocht om een mobiliteitstoeslag na een functiewijziging per 1 maart 2007. De minister wees dit verzoek af, stellende dat de wijziging onderdeel was van een normale loopbaanontwikkeling binnen de groepsfunctie en niet voldeed aan de criteria voor een mobiliteitstoeslag zoals opgenomen in artikel 22c BBRA en het beleid in het RPVB.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het standpunt van de minister. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat groepsfuncties bij de Belastingdienst als loopbaanregelingen worden gezien en dat normale wijzigingen in werkzaamheden binnen zo’n functie geen recht geven op een mobiliteitstoeslag.
Het beleid van de Belastingdienst sluit aan bij deze uitleg en biedt alleen toeslagmogelijkheden bij functiewijzigingen die gepaard gaan met een ruime opleidingsverplichting of andere bijzondere omstandigheden. Aangezien appellant slechts een ‘training on the job’ ontving en geen verplichte opleidingsmodules hoefde te volgen, is er geen sprake van een niet-normale loopbaanontwikkeling.
De stelling van appellant dat zijn nieuwe functie specifieke competenties vereist die zelden voorkomen, leidt niet tot een ander oordeel. Ook het argument dat geografische mobiliteit een toeslag rechtvaardigt, wordt verworpen omdat de situatie niet voldoet aan de beleidscriteria. De Raad ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigt de afwijzing van het verzoek om mobiliteitstoeslag.
Uitkomst: Het verzoek om een mobiliteitstoeslag wordt afgewezen omdat de functiewijziging binnen de groepsfunctie als normale loopbaanontwikkeling wordt beschouwd.