ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over recht op aanvullende bijstand en terugvordering kosten bijstand
Betrokkenen ontvingen sinds november 2003 bijstand volgens de WWB. Naar aanleiding van signalen over onbekende bankrekeningen startte appellant een onderzoek en trok bij besluit van maart 2008 de bijstand in over de periode van november 2003 tot februari 2008, met terugvordering van gemaakte kosten.
Betrokkenen leverden bankafschriften aan en verklaarden kasstortingen te hebben gedaan vanuit een andere bankrekening. De rechtbank stelde vast dat zij voor een deel inzicht hadden gegeven in de herkomst van de stortingen, maar appellant betwistte dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat betrokkenen onvoldoende inzicht hebben verschaft in de kasstortingen, die als inkomen moeten worden aangemerkt en in mindering gebracht op de bijstand. De intrekking over de periode van november 2003 tot oktober 2007 wordt daarom bevestigd, en appellant wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over het recht op bijstand voor diverse maanden en de terugvordering van kosten.
Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard voor het aangevochten deel, en de Raad wijst op het belang van een zorgvuldig nieuw besluit binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Uitkomst: Appellant wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over het recht op aanvullende bijstand en terugvordering van kosten.