ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering en afwijzing hoger beroep tegen UWV-besluiten
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin geen recht op een WIA-uitkering werd toegekend, waarna bij bezwaar een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende medische onderbouwing en onduidelijkheid over de geschiktheid van de voorgehouden functies. In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar knie- en luchtwegklachten en dat bepaalde functies niet geschikt waren vanwege fysieke klachten en dyslexie.
De Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de medische beoordelingen van de bezwaarverzekeringsartsen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat is opgesteld, inclusief de aangepaste beperkingen voor koude en hoge luchtvochtigheid. Ook is onvoldoende gebleken dat appellante dyslexie heeft die beperkingen veroorzaakt.
De bezwaararbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van de functies receptionist, produktiemedewerker industrie en machinaal metaalbewerker voldoende onderbouwd. De Raad ziet geen reden om het hoger beroep toe te wijzen en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WAO-uitkering wordt bevestigd.