ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 2003 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2007 ontstond twijfel over hun woonsituatie en de wijze waarop zij in hun levensonderhoud voorzagen, mede door tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende objectieve gegevens over ontvangen geldbedragen van familie en kennissen.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage trok de bijstand per 1 december 2007 in wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellanten geen melding hadden gemaakt van een wijziging in hun woonsituatie en onvoldoende inzicht hadden gegeven in hun inkomsten, waaronder leningen en schenkingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt hoe zij hun vaste lasten betaalden, en de verstrekte verklaringen niet werden ondersteund door verifieerbare gegevens.
De Raad zag geen aanleiding voor het toewijzen van proceskosten en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens onvoldoende inzicht in het levensonderhoud en schending van de inlichtingenverplichting.