ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die haar beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond heeft verklaard. Het UWV had besloten dat appellante per 15 mei 2009 geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Appellante stelde dat het medisch onderzoek waarop dit besluit is gebaseerd niet zorgvuldig was en dat zij zich meer beperkt acht dan het UWV heeft aangenomen, waardoor zij de geschatte functies niet kan vervullen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de gronden die appellante in hoger beroep aanvoert, in wezen een herhaling zijn van de gronden die zij reeds in het eerdere beroep heeft ingebracht. Er zijn geen nieuwe gronden of aanvullende stukken ingediend die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen beïnvloeden.
De Raad concludeert dat de rechtbank de beroepsgronden op juiste wijze heeft weergegeven en beoordeeld en dat het medisch onderzoek zorgvuldig tot stand is gekomen. Daarom voegt de Raad niets toe aan de beoordeling van de rechtbank en bevestigt zij de aangevallen uitspraak. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.