ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5005

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3911 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hernieuwde toekenning WAZ-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 8 april 2009, waarbij haar aanvraag voor hernieuwde toekenning van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd afgewezen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.

De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat ondanks de door appellante ondervonden toegenomen klachten, de relevante beperkingen niet waren toegenomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar arbeidsongeschiktheid wel was toegenomen en dat onterecht het Functie Informatie Systeem (FIS) in plaats van de Functionele Mogelijkheden Lijst was gehanteerd. Tevens stelde zij dat voor het aspect torderen onterecht geen beperking was opgenomen en dat haar verhoogde bloeddruk tot toegenomen beperkingen zou moeten leiden.

De Raad overwoog dat de medische gegevens geen steun boden voor toegenomen beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts had voldoende gemotiveerd waarom de verhoogde bloeddruk niet leidde tot beperkingen. Voor het aspect torderen was in het FIS wel een beperking opgenomen. Omdat de belastbaarheid ongewijzigd bleef, bleef het FIS van toepassing. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag om hernieuwde toekenning van een WAZ-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

10/3911 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 10 juni 2010, 09/380 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R.W. van Voorst Vader, advocaat te Terneuzen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft aanvullende stukken ingezonden, waarop een reactie van het Uwv is gekomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011, waar appellante en haar raadsman met schriftelijke kennisgeving niet zijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep van appellante richt zich tegen het besluit van het Uwv van 8 april 2009, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - heeft gehandhaafd de afwijzing van de aanvraag van appellante om hernieuwde toekenning van een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) omdat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Voor een overzicht van de aan het besluit van 8 april 2009 voorafgegane relevante feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank overwoog daartoe dat zij op grond van de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen en de overige voorhanden zijnde gegevens van oordeel is dat, ondanks de door appellante ondervonden toegenomen klachten, de relevante beperkingen van appellante niet zijn toegenomen. Het Uwv heeft terecht geoordeeld dat appellante niet in aanmerking komt voor toekenning van een WAZ-uitkering.
3. In hoger beroep heeft appellante haar stellingen herhaald dat haar arbeidsongeschiktheid is toegenomen ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak en dat onrechte geen Functionele Mogelijkheden Lijst is opgesteld maar in plaats daarvan het Functie Informatie Systeem (FIS) is gehanteerd. Appellante meent voorts dat voor het aspect torderen ten onrechte geen beperking is opgenomen en dat haar verhoogde bloeddruk leidt tot het aannemen van toegenomen beperkingen. Ter ondersteuning hiervan is informatie van verzekeringsarts M.N.G. Ooms van MediThemis overgelegd.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. In hetgeen appellante naar voren heeft gebracht heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een ander oordeel te komen dan door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is neergelegd. Appellantes stelling dat haar beperkingen zijn toegenomen vindt naar het oordeel van de Raad geen steun in de voorhanden medische gegevens. In dit verband overweegt de Raad dat de bezwaarverzekeringsarts onder verwijzing naar de informatie van de huisarts genoegzaam heeft uiteengezet waarom aan de verhoogde bloeddruk van appellante geen beperkingen worden toegeschreven. Wat betreft aspect torderen onderschrijft de Raad de stelling van het Uwv dat hiervoor in het FIS wel een beperking is opgenomen. Nu vaststaat dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen en dat de belastbaarheid van appellante ongewijzigd is, blijft het FIS onveranderd van toepassing. De Raad verwijst dienaangaande naar zijn uitspraak van 29 augustus 2006, LJN AY7106.
4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK