ECLI:NL:CRVB:2006:AY7106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering wegens niet-toegenomen arbeidsongeschiktheid en juiste urenomvang maatman
Betrokkene, een zelfstandig agrariër, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering wegens diabetes en knieklachten. In 2002 werd zijn uitkering ingetrokken omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onduidelijkheden over gebruikte systemen bij het vaststellen van beperkingen, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen en dat het maatmaninkomen correct is berekend met de CBS-index, ondanks betrokkene's stelling dat hij minder uren werkte. Het rapport van de arbeidsdeskundige De Vree, dat een lager urenaantal claimde, wordt verworpen wegens onjuiste en onvolledige gegevens.
Verder concludeert de Raad dat het gebruik van het FIS- en CBBS-systeem voor functieduiding en actualiteitstoetsing adequaat is, aangezien de functies en belastingen onveranderd zijn gebleven. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAZ-uitkering bevestigd.