ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CAK over compensatie eigen risico wegens niet horen appellant
Appellante vroeg compensatie van het eigen risico voor 2009 bij het CAK, maar haar verzoek werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, namelijk het gebruik van meer dan 180 standaard dagdoseringen in 2007 en 2008.
Na bezwaar en beroep vernietigde het CAK het eerdere besluit maar wees het bezwaar opnieuw af met gewijzigde motivering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het moment van aflevering bepalend is voor de indeling in een Farmacotherapeutisch Kompas Groep (FKG).
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel aan de voorwaarden voldeed en dat zij ten onrechte niet is gehoord tijdens het bezwaarproces. De Raad oordeelde dat het CAK de hoorplicht had geschonden en dat de rechtbank het CAK had moeten veroordelen tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden.
De Raad vernietigde het besluit van 9 juni 2010, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. De proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van 9 juni 2010 wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, en het CAK wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht; de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.