ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurigheidstoeslag wegens overschrijding inkomensgrens
Appellant, die een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw en aanvullende bijstand volgens de WWB, heeft een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht wees deze aanvraag af omdat appellant in de referteperiode van 60 maanden inkomsten uit arbeid had die hoger waren dan de door het College vastgestelde grens van € 764 per jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of appellant voldeed aan de inkomenseis van artikel 36, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWB. Uit het dossier bleek dat appellant in de referteperiode substantieel meer dan € 764 per jaar aan inkomsten uit arbeid had ontvangen.
De Raad oordeelde dat dit gegeven op zichzelf voldoende was om de aanvraag af te wijzen, ook al was appellant langdurig afhankelijk van bijstand en kwam hij met zijn inkomsten nooit boven het bijstandsniveau uit. Het feit dat appellant arbeidsongeschikt is verklaard en een Ioaw-uitkering ontvangt, geeft geen recht op langdurigheidstoeslag. De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat appellant gedurende de referteperiode inkomsten uit arbeid boven de toegestane grens heeft ontvangen.