ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren promovendus en niet-verlenging aanstelling bij Rijksuniversiteit Groningen
Appellante was in 2007 aangesteld als promovendus bij de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens haar dienstverband ontstonden conflicten met haar promotor, wat leidde tot een tussentijdse beoordeling van haar functioneren.
De beoordeling gaf een overwegend negatieve score, met als conclusie dat zij onvoldoende functioneerde om het promotieproject succesvol af te ronden. Appellante maakte bezwaar tegen deze beoordeling, waarna het college het bezwaar grotendeels ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het collegebesluit ongegrond. In hoger beroep werd bevestigd dat het geschil zich beperkt tot de beoordeling zelf en niet tot het besluit tot niet-verlenging van de aanstelling.
De Raad achtte de beoordeling objectief en voldoende onderbouwd, ondanks de vertrouwensbreuk tussen promotor en promovendus. De negatieve scores waren gerechtvaardigd gezien het onvoldoende functioneren en de kwaliteit van het geleverde werk. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beoordeling van het functioneren wordt bevestigd.