ECLI:NL:RBGRO:2009:BK6999
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Niet verlengen aanstelling promovenda na negatieve tussentijdse beoordeling is rechtmatig
Eiseres was vanaf 1 januari 2007 aangesteld als promovenda binnen een EU-onderzoek naar rijden onder invloed van middelen. Na een negatieve tussentijdse beoordeling over haar functioneren en samenwerking besloot de universiteit haar aanstelling niet te verlengen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de negatieve beoordeling voortkwam uit slechte begeleiding en persoonlijke conflicten.
De rechtbank beoordeelde of de negatieve waardering op voldoende gronden was gebaseerd. Uit het dossier bleek dat eiseres haar literatuurreview te laat en onvolledig had ingediend, met kwalitatieve tekortkomingen. Daarnaast waren er communicatieproblemen met begeleiders en collega’s die niet konden worden opgelost.
De rechtbank concludeerde dat de universiteit in redelijkheid tot het besluit kon komen de aanstelling niet te verlengen. De negatieve beoordeling was gebaseerd op objectieve criteria en niet op persoonlijke animositeit. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet verlengen van haar aanstelling als promovenda wordt ongegrond verklaard.